Zoeken

Competities (2)





Vervolg van Competities (1)


Het produceren van alle verlangde gegevens kan soms vele weken duren en vele disciplines vergen. Zo hebben we eens met een projectontwikkelaar meegedaan aan een dergelijke prijsvraag waarvoor zo’n 10 man drie maanden lang in touw was om het eindproduct, het in te dienen ontwerp, de gevraagde verdere documenten en de bijbehorende aanbieding, gereed te krijgen. In de competitie deden twee andere partijen mee. De prijs voor het winnen van de competitie was gesteld op € 50.000. De verliezende partijen kregen ieder € 15.000. Op geen enkele manier genoeg om de productiekosten van de verliezers te dekken. En dan is het extra zuur als je verliest met 0,2% achterstand op het puntentotaal van de winnaar. Helemaal als de winnaar uiteindelijk een lokaal bekende partij blijkt te zijn.

Ook dat is overigens een punt van overweging. Als in Gwangju een Koreaan wint, bij de Giant’s Causeway een Noord-Ier, bij Greenport een Amerikaan uit Connecticut is dat dan omdat ze zo goed bekend zijn met de plaatselijke sentimenten? We weten het niet. Voor de uitslag van een competitie wordt een juryrapport geschreven maar de beraadslagingen, overwegingen en stemverhoudingen van juries zijn altijd geheim.


Helaas worden heel veel opdrachten verleend in competitie. Als je voor een belangrijk deel van je werk afhankelijk bent van het winnen van prijsvragen is het maar de vraag of het economisch zinvol is om je onderneming voort te zetten. Het meedoen met een prijsvraag kan voor een middelgroot project een investering van € 25.000 of meer aan uren en kosten betekenen. Verloren geld als je niet wint. Als je wilt kans maken om te winnen moet je ook alles op alles zetten om dat te kunnen bereiken. Als je in een jaar 4 prijsvragen net niet wint kan je dat dus zo maar € 100.000 kosten. Als je het volgende project dan wel wint dan moet je ook zorgen dat het verlies van de andere vier projecten op zijn minst goed gemaakt wordt om niet in de rode cijfers te belanden. Maar dan moet je ook wel echt winnen.

Aangezien iedere architect blijft hopen dat zijn of haar inzending het ideaal gewenste resultaat oplevert en omdat architecten zich niet verenigen zoals bijvoorbeeld advocaten of notarissen zal de beroepsgroep deze verliezen moeten accepteren als een gegeven of andere wegen moeten vinden om de verliezen te compenseren. Theoretisch gezien kunnen daarom eigenlijk alleen grote bureaus het zich economisch gezien veroorloven om aan competities mee te doen omdat ze praktisch gezien over meer middelen kunnen beschikken. En kun je als klein bureau maar moeilijk groot worden.


Het zoeken naar de juiste ontwerper voor een bepaalde opgave is niet zo gemakkelijk. Aangezien het vaak om aanzienlijke bedragen gaat die geinvesteerd gaan worden is het logisch om zorgvuldig met de keuze om te gaan. Ook is het logisch om risico’s waar mogelijk te vermijden. Maar voorkomen prijsvragen deze risico’s?

Dat is maar helemaal de vraag. Het is er sterk afhankelijk van of de gestelde eisen en wensen van de opdrachtgever zo opgesteld zijn dat ze evident gaan leiden tot de ontwerper die het beste past bij het project en bij de opdrachtgever.

Het zoeken naar een goede partij voor het werk dat je wilt laten uitvoeren kan soms zelfs tot bizarre situaties leiden. Op zoek naar een aannemer voor het maken van een dakkapel op zijn huis benaderde een particuliere opdrachtgever een aannemer die ik ken. Deze aannemer die veel werk te doen had was niet in de gelegenheid geweest om direct op de aanvraag van de particulier te reageren. De man belde na twee weken de aannemer op om te vragen waar de offerte bleef. In het gesprek dat ontstond begon de aannemer zich af te vragen waarom de man zo bleef aandringen. Op zijn vraag hoeveel offertes de man had opgevraagd bleek waarom. De man had 104 partijen benaderd met zijn vraag… alleen op zoek naar de goedkoopste partij. Zonder zich te bekommeren om de kwaliteit die hij zou mogen verwachten.


Het vergaren van opdrachten via prijsvragen heeft een desastreus effect op de vitaliteit van architectenbureaus. Bij een wedstrijd met 100 deelnemers is er 1 winnaar en zijn er 99 verliezers. Zelfs als een architect een ontwerpwedstrijd wint is het maar de vraag of de winst leidt tot een daadwerkelijke opdracht. Er zijn genoeg voorbeelden dat dat niet altijd zo is. Als alle ontwerpers gemiddeld € 10.000 zouden hebben gebruikt om hun inzending te produceren is er dan tenminste € 990.000 verdwenen aan een niet vergunde opdracht. Geld waar de opdrachtgever niets aan heeft en waar de ontwerpers zelf ook niets aan hebben. Een ongekend efficiënte manier om geld en energie te verspillen. Ook de winnaar van de wedstrijd moet zijn investering in de prijsvraag nog maar terug zien te verdienen.


En dan is er ook nog de jurering. Gebruikelijkerwijs beoordeelt een jury de inzendingen pas nadat een commissie heeft vastgesteld welke inzendingen voldoen aan alle gestelde voorwaarden en zo compleet zijn. Daarna wordt er dan een dag of een middag voor de jury uitgetrokken om alle projecten te bekijken. Meestal worden bij competities met vele deelnemers in een grote zaal de posters opgehangen of op de vloer uitgelegd. De jury kan dan lopend langs alle werken een oordeel vormen. Het is niet ongebruikelijk dat bij grotere inzendingen de jury per project maar enkele minuten tijd heeft per mededinger om vast te stellen of het project een kanshebber is of niet. Natuurlijk mag je er van uit gaan dat de juryleden een geoefend oog hebben voor wat ze moeten beoordelen. Maar feit blijft dat tegenover het werk van enkele weken en misschien wel maanden maar een paar minuten observatie staan. Is dat een garantie dat objectief gezien het beste werk gekozen wordt?


Er is een andere manier die mogelijk tot een beter resultaat voor opdrachtgevers kan leiden. Die gaat parallel aan de manier waarop wij een aannemer uitkiezen voor een bepaald werk. Voor die keuze zoeken we samen met de opdrachtgever een aantal aannemers uit die geschikt zouden kunnen zijn voor het werk. Daarvoor bekijken we waar ze gevestigd zijn, wat ongeveer de omvang van hun bedrijf is, hoe hun actieve bouwplaatsen er uit zien, hoe hun gerealiseerde projecten er uit zien en wat voor soort werk ze gemiddeld genomen uitvoeren. Zo blijkt dat de ene aannemer in een paar uur een dak openzaagt en een geprefabriceerde dakkapel waterdicht op het dak monteert terwijl de andere aannemer het dak met bouwzeilen drie maanden openhoudt en balkje voor balkje de dakkapel ter plekke opbouwt. De prijs kan voor beide projecten hetzelfde zijn. Na deze toetsing, waarbij nog geen enkele aannemer een euro heeft moeten investeren gaan we met een select aantal een persoonlijk gesprek aan. Het kantoor van de aannemer en de persoon die de leiding geeft aan het bedrijf geven enorm veel extra informatie over het functioneren van het bedrijf, de bedrijfscultuur en de manier waarop een bedrijf een opgave aanpakt. Zo blijkt dat de ene aannemer zich snel aangesproken voelt terwijl de andere alleen maar kwaliteit van zijn werknemers accepteert. Met deze manier van onderzoek blijven vaak één of twee bedrijven over die het meest geschikt zijn om de opdracht te verlenen. Met een open begroting kan zo ook het kostenniveau binnen de perken gehouden blijven.


Op dezelfde manier zouden opdrachtgevers, mogelijk gesteund door iemand die het reilen en zeilen van architecten(bureaus) goed kent op zoek kunnen gaan naar een geschikte ontwerper voor hun project. Je zou kunnen onderzoeken hoe een team er uit gaat zien, hoe met een opgave wordt omgegaan, wat de werkwijze is en welk kennisniveau voor handen is bij de bureaus van keuze. Als twee of drie bureaus vervolgens een (betaald) schetsontwerp maken heb je zowel een aantal ideeën die verder uitgewerkt zouden kunnen worden als een indruk van de manier waarop gewerkt wordt en van de personen achter het werk. Daar hebben meer partijen winst aan dan alleen de betrokkenen. Niet alleen omdat er geen geld is weggegooid maar vooral ook omdat veel meer dan bij een gebruikelijke competitie relevante informatie beschikbaar komt over de (kwaliteit van de) architect. En misschien is de initiële investering en inspanning voor de opdrachtgever nog wel kleiner dan bij het organiseren en begeleiden van een competitie.