Zoeken

De menselijke maat (2)


Vervolg van deel (1)


In de geschiedenis zijn er wel voorbeelden van mensen die wij als reuzen zouden bestempelen. Vaak werden ze zo groot door een groeistoornis.

Zoals de in 1918 in Alton Illinois USA geboren Robert Wadlow (hierboven) die tot zijn dood op 22-jarige leeftijd niet stopte met groeien omdat zijn pijnappelklier door een afwijking groeihormoon bleef produceren. Hij werd 2,72m lang en werd opgenomen in het Guinness Book of Records als de langste man ooit.



Maar hij was zeker niet de enige. Zo waren de franse broers Baptiste en Antoine Hugo (hieronder) ook niet gestopt met groeien. Baptiste werd 257cm en zijn broer Antoine werd 252cm.




Henri Cot die naar verluidt op 23-jarige leeftijd stierf was ‘maar’ 236cm lang en had schoenmaat 62


Hoewel deze personen overduidelijk flink boven de gemiddelde mens uitstaken valt het formaat van de eerder in deel (1) getoonde deuren, bewerkte stenen blokken niet te verklaren met een enkeling die veel langer is dan zijn medemens. Daarvoor komen deze bijzondere personen te weinig voor. Bovendien was ze meestal geen lang leven beschoren.

Maar als dat de verklaring niet kan zijn, wat is die dan wel?


Ook als we verder in de historie teruggaan komen we afbeeldingen tegen van wezens die aanmerkelijk groter waren dan de mensen om hen heen. (Of hadden ze gebruikelijke afmetingen en waren de mensen om hen heen opmerkelijk klein? Het eerste lijkt eerder het geval te zijn getuige sommige beelden)


De Kolossus van Rhodos (ὁ ἐν Ῥόδῳ κολοσσός) zou een beeld zijn geweest van ongeveer 33m hoogte dat de ingang van de haven van Rhodos bewaakte en was opgericht ter ere van de zonnegod Helios en ter herdenking van de zege op Demetrios Poliorketes die Rhodos belegerde na het overlijden van Alexander de Grote in 323 v. Chr.

Of dit beeld werkelijk heeft bestaan is niet duidelijk omdat er naar verluidt geen resten van zijn gevonden. Maar de afmetingen geven op zijn minst te denken. En er zijn daadwerkelijk afbeeldingen van gemaakt.




Ook in Egypte werden beelden gemaakt die een afmeting hebben die royaal de gebruikelijke menselijke maat overstijgen. Niet alleen in beeldhouwwerken maar ook in hierogliefe afbeeldingen. Volgens sommigen hadden de Egyptische koningen een lengte van wel 5 à 6m.


En uiteraard vinden we dergelijke voorbeelden ook elders.


Mesopotamië. Esanhaodon en twee gevangenen. Dit beeld wordt ook in verband gebracht met Assur, een Mesopotamische God, zoon van Marduk en Sarpanit, kleinzoon van Enki:



Een tablet met Ur-Nanshe de koning van de eerste dynastie van Lagash (ca. 2500 v. Chr.) in een vroege soemerische dynastie, in het huidige Irak:



Het slachten van een koe. Een in brons gegoten beeld te zien in het British museum. Tafereel uit Benin:



India. Kubera een gouverneur van India:



Iddin-Sin was een koning van het koninkrijk Simurrum rond 2000 tot 1900 v. Chr.

Het Sarpol-e Zahab reliëf, voorstellende een baardloze krijger met bijl, die een vijand vertrapt, en gegraveerd met de naam "Zaba(zuna), zoon van ...", kan de zoon van Iddin-Sin zijn:



En wie kent niet de beelden van Paaseiland die bij uitgraving veel groter bleken te zijn dan aanvankelijk werd aangenomen:



En tenslotte een ets van de italiaanse dichter Ariosto Ludovico uit 1771.

“Adolphe überwindet den greulichen Riesen”:


Kennelijk spreken mensen met uitzonderlijke afmetingen tot de verbeelding. Maar zouden de kunstenaars die overal ter wereld al die beelden en afbeeldingen gemaakt hebben alleen maar een grote fantasie hebben of maakten ze waarheidsgetrouwe tekeningen en beeldhouwwerken? Misschien is er aanleiding om na te denken of de mogelijkheid echt bestaat dat er menselijke wezens waren die veel groter waren dan we ons kunnen voorstellen. Daarover meer in het volgende deel.


wordt vervolgd.....