Zoeken

Homo ludens



Om onze werkwijze en onze manier van ontwerpen te doorgronden zou je eigenlijk het boek van de Vlaamse schrijver en cultuurfilosoof Kris Pint moeten lezen :”De wilde tuin van de verbeelding”. Hoewel het boek niet zozeer gaat over architectuur of over kunst bevat het wel een pleidooi om anders naar de werkelijkheid te kijken. Het gaat in het boek over hoe de mens over zichzelf zou moeten denken.



Kris Pint stelt vast dat er een dominant mensbeeld is ontstaan van de Homo Economicus (de economische mens). De monocultuur van deze mens wordt gedreven door marktdenken, targets, door wat hij waard is voor persoonlijke relaties, door wat die opbrengen en door zichzelf als het ware met behulp van sociale media in de etalage te zetten; de (publieke) voortuin’. Het geeft je identiteit vorm. [Neoliberalisme].



Mensen die zich bij het beeld van Homo Economicus niet thuis voelen hebben heel weinig andere mogelijkheden om de relatie tot zichzelf te verbeelden. Maar omdat dit dominant beeld een fictie is en geen universele waarheid moet de mens volgens hem op zoek naar de tegenverbeelding, naar beeldingsverzet. Daarvoor gebruikt hij de denkbeeldige Hortus Conclusus (de omsloten tuin) waarin de mens ongehinderd door prestatiedruk, wat zijn vrienden en zijn sociale netwerk van hem verwachten op zoek gaat naar het verborgene, naar het intieme, het voortjagend verlangen en naar de ‘potential space’ om te experimenteren (Donald Winnicott). Dit zonder precies te weten waartoe het leidt (ideeën van Friedrich Nietzsche en Paul-Michel Foucault). Hij stelt dat bij de ontdekkingstocht in die privétuin, in die innerlijke ‘wildernis’ oplossingen ontstaan voor hedendaagse problemen door ideeën te laten rijpen en tijd te geven. Door te spelen net zoals Johan Huizinga in zijn boek ‘Homo Ludens’ (de spelende mens) beschrijft.




Johan Huizinga [1938]: "Het spel is een ernstige zaak". De ernst van het spel verwoordt hij met zijn anti-materialistische en anti- fysicalistische zienswijze op de volgende wijze:

“Men kan bijna al het abstracte loochenen: recht, schoonheid, waarheid, goedheid, geest, God. Men kan den ernst loochenen. Het spel niet. Maar met het spel erkent men, of men wil of niet, den geest. Want het spel is, wat ook zijn wezen zij, niet stof. Het doorbreekt, reeds in de dierenwereld, de grenzen van het physisch bestaande. Het is ten opzichte van een gedetermineerd gedachte wereld van louter krachtwerkingen in den volsten zin des woords een superabundans, een overtolligheid. Eerst door het instroomen van den geest, die de volstrekte gedetermineerdheid opheft, wordt de aanwezigheid van het spel mogelijk, denkbaar, begrijpelijk. Het bestaan van het spel bevestigt voortdurend, en in den hoogsten zin, het supralogisch karakter van onze situatie in den kosmos. De dieren kunnen spelen, dus zij zijn reeds meer dan mechanismen. Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk. “


Voor Huizinga stond vast dat de mens een homo ludens is, een spelende mens. Uit die gedachte vloeide de basisstelling dat alles wat wij mensen “cultuur” noemen voortkomt uit spel, en zich ook verder ontwikkelt als spel. Als de mogelijkheid tot spelen door puerilisme onder druk komt te staan, is de hele cultuur in het geding. “Puerilisme willen wij de houding noemen van een gemeenschap, die zich onmondiger gedraagt, dan de staat van haar onderscheidingsvermogen haar zou veroorloven, die, in plaats van den knaap tot den man op te trekken, haar gedragingen aan die van den knapenleeftijd adapteert.”


Waar Kris Pint en Johan Huizinga op doelen is dat er een heel arsenaal aan rijke en interessante oplossingen en mogelijkheden te vinden is door je terug te trekken van gebaande paden, door ideeën de tijd te geven om te rijpen (en niet direct te openbaren) en door spelenderwijs op ontdekkingstocht te gaan. Zoals Pint zegt:” Het lijkt maatschappelijk onverantwoord om je terug te trekken in de Hortus Conclusus. Maar dat is een foute conclusie. De omheining is nodig om de tegenverbeelding te verkennen. De mythe dat het niet anders kan moet doorbroken worden. We moeten het utopisch denken, het verlangen naar beter blijven opeisen.”


Wij zijn voortdurend op zoek naar de verrassende kwaliteiten verscholen in de tegenverbeelding. Tot groot genoegen en waardering van de opdrachtgevers die precies naar die verdieping op zoek zijn. Er is tijd nodig om het beeld scherp te krijgen….